Inleiding
Basisscholen worden in toenemende mate geconfronteerd met ouders/ verzorgers die op eigen initiatief externe hulp inschakelen, om extra zorg voor hun kind(eren) te organiseren.
                                                                                                                                                                                                                                                      Doelstelling notitie                                                                                                                                        
In deze beleidsnotitie wordt een algemeen kader en de regelgeving beschreven, aangaande leerlingenzorg door externen onder schooltijd.                                                                                                                                                                                                                                                                                      Uitgangspunten van beleid                                                                                                                   
In deze paragraaf worden de volgende uitgangspunten gehanteerd, te weten: Vanuit de wet en regelgeving is het volgende van belang:
  1. Artikel 41 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) schrijft voor dat de leerling behoudens een eventuele voorziene vrijstelling, dient deel te nemen aan alle voor hem bedoelde onderwijsactiviteiten. Gronden voor eventuele vrijstelling van onderwijsactiviteiten staan in de schoolgids vermeld. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag er voor te zorgen dat de leerling de voor hem/ haar bedoelde onderwijsactiviteiten krijgt aangeboden. Het bevoegd gezag heeft de uitvoering van deze taak opgedragen aan school onder eindverantwoordelijkheid van de directeur. Het is uiteindelijk ook de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag of de onderwijsactiviteiten alleen mogen worden verzorgd door het eigen personeel of reguliere hulpverleners (medewerkers schoolbegeleidingsdienst, collegiale consultatiegever Speciaal Onderwijs en ambulante begeleiders REC) of ook door externen. Indien dit laatste het geval is, is het bevoegd gezag ook verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de geboden extra zorgactiviteiten.
 
  1. Artikel 40 WPO, lid 1, tweede en derde volzin, handelt over de kosteloosheid van het onderwijs. De bepaling is geformuleerd als een verboden toelatingsbeding, hetgeen betekent dat de toelating niet afhankelijk mag worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. Het effect van het verbod reikt evenwel verder dan uitsluitend het moment van de toelating. Bij eenmaal toegelaten leerlingen mag ook de verdere toegang tot het onderwijs niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders.

Vertaling van de beleidsuitgangspunten naar concreet handelen                                          

Uitgangspunt 1:
De school accepteert het gegeven dat ouders/ verzorgers voor hun eigen kind, op eigen initiatief en voor eigen kosten acties ondernemen om de door hen noodzakelijk geachte extra/speciale hulp te organiseren buiten schooltijd. De school stelt zich positief op t.a.v. door hen ondernomen acties en er vindt afstemming plaats (zie punt 1).

Uitgangspunt 2:
De school werkt, binnen de regelgeving van de wet op de bescherming persoonsgegevens (WBP) en de procedurele zorgvuldigheid t.a.v. het omgaan met leerlinggegevens, mee aan het verstrekken van gegevens voor onderzoek c.q. extra hulp. Alvorens deze gegevens te verstrekken dienen de ouders/ verzorgers een verklaring van toestemming tot het verstrekken van gegevens te tekenen.
 
Uitgangspunt 3:
Er is altijd sprake van een handelingsplan, op grond waarvan de te bieden hulp (door school en ook door externe) op elkaar kan worden afgestemd. De school kan op grond hiervan ten aanzien van de uitvoering, haar commitment uitspreken. Vooraf moet duidelijk zijn welke hulp de leerling nodig heeft, wie welke taken uitvoert, welke tijdsinvestering ermee gemoeid is en op welke wijze evaluatie plaatsvindt.

Uitgangspunt 4:
Daar waar gesproken wordt over een externe hulpverlener/ behandelaar heeft dit altijd betrekking op gekwalificeerde of geregistreerde, erkende behandelaars.

Uitgangspunt 5:
De school heeft de opdracht de zorg voor de leerling zo optimaal mogelijk in te richten en uit te voeren. De school spant zich in hiervoor alle mogelijkheden te onderzoeken. Dit kan de school ook verantwoorden aan de betrokken.
 
 
Uitvoering
 
 
Handelwijze
 
1. Hulp door de leerkracht
 
De school staat hier positief tegenover, op voorwaarde dat de te verlenen hulp haalbaar is wat betreft de noodzakelijke deskundigheid, de beschikbare tijd, middelen en werkwijze van de school. Ook moet duidelijk zijn:
- voor welke periode dit geldt;
- hoe het proces wordt geëvalueerd.
 
 
 
2. Hulp door de leerkracht in samenwerking met de externe hulpverlener.
 
De school staat hier positief tegenover, op voorwaarde dat de te verlenen hulp haalbaar is wat betreft de noodzakelijke deskundigheid, en de beschikbare tijd, middelen en werkwijze van de school. Ook moet duidelijk zijn:
- voor welke periode dit geldt;
- hoe het proces wordt geëvalueerd.
 
 
3. Hulp door het extern bureau onder schooltijd binnen of buiten de eigen school, bekostigd door de
ouders/verzorgers van betreffende leerling.
 
 
De school staat hier, gezien de uitgangspunten van het beleid,
afwijzend tegenover.
4. Hulp door het extern bureau onder schooltijd binnen of buiten de eigen school, bekostigd door de ziektekostenverzekeraar.  
Als er sprake is van een medische indicatie (voor logopedie, fysiotherapie, ergotherapie, dyslexiebehandeling, SOVA-training e.d.) staat de school positief tegenover externe hulpverlening.
Bij deze regel moet worden toegevoegd dat hulpverlening binnen school praktisch en realiseerbaar moet zijn (bijv. beschikbare ruimte).
Tevens moet worden toegevoegd dat hulpverlening buiten school niet moet leiden tot een onaanvaardbaar verlies van reistijd. Er dienen goede afspraken gemaakt te worden over het tijdstip waarop, de frequentie en de tijdsduur van de externe behandeling. Ook de wijze waarop terugkoppeling naar school plaatsvindt, moet helder zijn.
In bovenstaande gevallen dient door de ouders/ verzorgers en de externe hulpverlener een "verklaring van vrijwaring van verantwoordelijkheid" aan school te worden afgegeven. Zie bijlage 2. Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat de school c.q. het bevoegd gezag, niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de kwaliteit of gevolgen van de door de externe hulpverlener geleverde diensten en/of producten.
 
 
Op welke wijze wordt gestalte gegeven aan bovenstaande handelwijze?                                                
 
De overeenkomst tussen ouders en school worden in een contract vastgelegd (zie bijlage 2). Het contract geeft de periode aan waarbinnen de externe hulp wordt verleend. Bij externe hulp onder schooltijd worden de behandelperiode, frequentie en tijdsduur in overleg bepaald. De datum voor schriftelijke terugkoppeling wordt genoteerd.
De "verklaring van vrijwaring van verantwoordelijkheid" zit hierin verwerkt.
De school is niet aansprakelijk voor de door dit verzuim gemiste lessen. Deze lessen worden in principe niet ingehaald.
Overleg tussen externe behandelaar en IB'er/ leerkracht van de school vindt plaats op school, telefonisch of via e-mail, binnen de reguliere werktijden.

Handelwijze bij afwijzing van een verzoek                                                                                                                      
Indien de school besluit om een verzoek tot medewerking, zoals hierboven beschreven in de punten 1 t/m 4, af te wijzen dan deelt de school dit schriftelijk met redenen omkleed mee aan de ouders/ verzorgers. De afwijzingsbrief bevat ook informatie over de wijze waarop de ouders/ verzorgers, zo zij dat willen, tegen het genomen besluit een bezwaar- en beroepsprocedure kunnen starten. De directeur stuurt een afschrift van de afwijzingsbrief aan het bevoegd gezag. De directeur is verantwoordelijk voor het (doen) opstellen en bijhouden van een dossier m.b.t. de onderhavige zaak. Daarin zijn alle relevante stukken en verslagen, alsmede de voor de afwijzing belangrijke documenten en argumenten.
                                                                                                                                                                                                                                                      Bezwaar en beroepsprocedure
Als de ouders/ verzorgers het niet eens zijn met het genomen besluit, hebben ze recht op een bezwaar- en beroepsprocedure volgens de Algemene Wet Bestuursrecht.                                                             
Dit houdt het volgende in: Een samenvatting van deze beleidsnotitie is opgenomen in de schoolgids.